nl Nederlands

28 en 29 januari 2023  4e zondag in het A-jaar         

Griet Van Coillie

Pastoraal werker 

Al een paar keer hoorde ik iemand beweren: “Sinds ik niet meer naar de nieuwsberichten kijk of luister, voel ik me veel gelukkiger.” Ik voelde verontwaardiging opkomen in mezelf. Hoe kan je je nu bewust afsluiten van de buitenwereld? Wat is het waard om je gelukkig te voelen, wanneer je je oren en ogen sluit voor het lijden van andere mensen? Anderzijds moet ik toegeven dat ook ik het moeilijk vind om mij gelukkig te voelen wanneer ik geconfronteerd word met zovele situaties waarin mensen lijden door oorlog, dictatuur, onrecht, thuisloosheid, misbruik, …

Mijn eerste uitlaatklep is dan een gebed: “God, neem deze mensen ter harte, alsjeblief!!!” En met een opstandige geest vraagt mijn verstand zich dan af: “Waarom lijkt God voor die mensen zo ver weg? Waarom grijpt Hij niet in in het wereldgebeuren? Hoe kan hij zoveel lijden laten gebeuren???” Maar even snel komt de gedachte: “God heeft geen andere handen dan de onze! … Wat kunnen, wat moeten wíj doen?”

Ik ben er haast zeker van dat ook Jezus met deze vragen geconfronteerd werd. Hetzij als worsteling in zichzelf, hetzij als vragen van zijn leerlingen of toehoorders. En ik vermoed dat de “Zaligsprekingen, of Gelukwensen” die we zojuist in het Evangelie hoorden, teruggaan op authentieke antwoorden van Jezus op die vragen.

 

Wij hoorden die Zaligsprekingen of gelukwensen in de versie van de evangelist Matteüs, die op het eerste gehoor dezelfde zijn als bij Lucas. Maar als je de beide teksten naast elkaar zet, dan merk je duidelijk een verschil. Lucas focust hoofdzakelijk op groepen mensen die lijden: hij noemt uitdrukkelijk de armen, de  hongerigen, zij die verdriet hebben. Hij laat duidelijk verstaan: die mensen zijn Gods oogappels. Juist omdat ze in nood zijn, gaan zij God als eersten ter harte. We mogen er zeker van zijn dat Hij uiteindelijk hun beleving radicaal zal omkeren. Dat was Jezus’ overtuiging en Blijde Boodschap.

Matteüs echter noemt van die groep enkel de treurenden. Hij focust vooral op de mensen die zich het lot van slachtoffers van onrecht en geweld aantrekken. Op die manier wendt hij Jezus overtuiging aan in een ander perspectief dan Lucas. Hoe komt dat?

Terwijl Lucas schrijft voor christenen uit de Griekse cultuur, schrijft Matteüs voor Joden die christen zijn geworden. Zij kennen de Bijbelse geschriften. Matteüs situeert de toespraak van Jezus niet in een vlakte, zoals Lucas, maar duidelijk op een berg. Met onze kritisch, wetenschappelijke vorming kunnen wij protesteren en zeggen: ‘Dat kan niet, in Galilea zijn er geen bergen!’ Maar de toehoorders van Matteüs, die thuis waren in de Bijbelse taal, verstonden dieper: Jezus proclameert zijn boodschap vanaf de berg, zoals destijds Mozes vanaf de berg de 10 geboden proclameerde. Jezus is de nieuwe Mozes. Zoals Mozes de Joodse Wet  bracht, die de godsdienstige Jood strikt moest navolgen om leven en geluk te vinden, zo opent Jezus een nieuw en radicaler perspectief ten leven.

Een van de redenen waarom Jezus door de Joodse leiders zo gehaat en vervolgd werd, was omdat hij een totaal nieuwe manier voorstelt om met die Wet om te gaan. Hij wil geen slaafse navolging van alle voorschriften. Hij ziet bij farizeeën hoe zo’n houding kan leiden tot een zich meer en beter voelen, tot een makkelijk oordelen over anderen, tot een verharden van het hart. Jezus nodigt de mensen die hem volgen uit om niet alleen in uiterlijke daden, maar ook met hun hart te leven volgens de geest van de wet, volgens de liefde van God. Daarom proclameert Jezus op de berg geen wetten, maar de belangrijkste aspecten van een grondhouding, van een manier van in het leven staan, die Hij van zijn volgelingen verwacht.

 

Mensen die bij Christus horen zijn arm van geest – wat synoniem is van het woord ‘ootmoedig’ in de eerste lezing. Het houdt in dat je je heil niet gaat zoeken in rijkdom, macht en aanzien. In zaken die in de wereld mensen groot lijken te maken.  ‘Armen van geest’ zijn voor Jezus mensen die hun leven in Gods handen leggen, die leven en alles wat ze hebben beleven als uiteindelijk niet zelf verdiend, maar van God gekregen. Zalig is Jezus’ ogen zijn mensen die niet hypocriet zijn, maar authentiek, zuiver van hart, en eerlijke bedoelingen hebben. Jezus verwacht van zijn volgelingen dat zij geen eigen voordeel halen uit geruzie, maar dat zij actief werken aan vrede tussen mensen.

Ook verwacht Hij dat wij mensen tegemoet treden met een ‘baarmoederlijk’ hart als dat van God, en zoals God met een bijzondere aandacht voor armen en noodlijdenden. Dat wij luisteren naar hun leed en hen helpen waar we kunnen in hun directe nood. Maar evenzeer onderzoeken welke dieperliggende maatschappelijke situaties en structuren hun lijden veroorzaakt of in stand houdt, en dat we daartegen in actie komen. Ook het bestrijden van onrecht maakt deel uit van de grondattitudes waartoe Jezus zijn volgelingen oproept. Wie onrecht aanklaagt, wie zich verzet tegen wantoestanden stoot heel vaak op onbegrip of wordt verdacht gemaakt. Op sommige plaatsen zelfs vervolgd of met de dood bedreigd. Jezus verzekert ons dat we zeker dán op zijn nabijheid mogen rekenen en dat God ons zal steunen zoals Hij deed met de profeten.

Als christenen worden we uitgenodigd om in de grondhouding van de Zaligsprekingen te blijven groeien!