13 en 14 juni 2026 11e zondag in het A-jaar

Inleiding

Een Britse wetenschappelijke studie beweert dat: hoe slimmer mensen zijn, hoe minder ze geloven. Voor bijgeloof of goedgelovigheid kan dit misschien waar zijn, maar om te geloven in Jezus’ boodschap is intelligentie niet genoeg. Je moet ook besef hebben van zijn idealen, voeling krijgen met waar zijn hart op gericht was, de weg willen gaan die Hij ging, en vooral samen met velen kind van zijn Vader willen zijn. Jezus eerste volgelingen, de apostelen, waren helemaal niet geleerd, maar zij volgenden Hem met heel hun hart en staan zo aan het begin van ons christelijke geloof. Wij luisteren straks naar hun roepingsverhaal. We willen hen in deze viering dankbaar zijn en te diepste beseffen welk voorbeeld zij ons gegeven hebben.

Gebed om ontferming 

Wij willen eerst voor God staan en om vergeving vragen.

Heer, om het nodige geduld bidden wij, als we onze medemens de kans niet geven om te groeien. Om een groter hart  bidden wij, wanneer wij te weinig bewogenheid tonen voor mensen in nood. Om meer gemeenschapszin bidden wij, als wij teveel onze eigen gang gaan. Om een groter vertrouwen bidden wij, als de twijfel ons overmant. Heer, blijf ons nabij en ontferm U over ons.

Homilie

De rode draad doorheen de lezingen van vandaag is een beweging van hulpeloosheid en wanhoop naar hoop en redding. In de eerste lezing staan we met het Joodse volk aan het begin van de woestijntocht naar het beloofde land. En in de 2de lezing horen we Paulus in moeilijke bewoordingen uitleggen dat Christus gestorven is toen wij nog “geheel hulpeloos waren” en ons uit die hulpeloosheid gered heeft.

In het evangelie wordt dit beeld nog duidelijker uitgewerkt: Jezus werd ‘diep bewogen – “tot in zijn ingewanden beroerd”, staat er letterlijk – bij het zien van de mensenmenigte omdat ze geplaagd en gebroken waren als schapen zonder herder”. Het ging om grote delen van de bevolking die leden onder de onderdrukking van de Romeinse bezetter. Er heerste veel armoede en vooral wanhoop, want de mensen voelden zich in de steek gelaten door de geestelijke leiders van het land; ze leefden meer met een gevoel van ontbinding i.p.v. verbinding.

Nochtans had Jezus tot dan flink zijn best gedaan om daaraan te verhelpen. De evangelist vertelt hoe Hij al weldoende rondging, zieken genezend, verlamden weer op weg helpend, verblinde mensen hun zicht weer teruggevend, bezetenen bevrijdend én… de vreugdevolle boodschap van Gods liefde verkondigend. In het vers net voor het stukje dat we vandaag hoorden, wordt dit nog eens samengevat: ‘Jezus ging rond door alle steden en dorpen waar Hij onderricht gaf in hun synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas.’ En toch klinkt Hij in het stukje dat we zonet hoorden helemaal niet opgewekt. Is Hij niet tevreden over het resultaat van zijn werk? Of ergert Hij zich omdat Hij  voortdurend tegen de bierkaai moet vechten? Of is Hij gaan beseffen dat Hij dit niet alleen kan oplossen? Want Hij rekruteert medestanders. En die blijken geen dokters of therapeuten zijn, maar gewone mensen: vissers, een verzetsstrijder met een grote mond, twee broers die de beste plaatsen opeisten in de hemel, een gehate belastingontvanger, en zelfs iemand die Hem zou verraden. Toch worden zij uitgestuurd naar die verloren schapen. En ze houden vol, want ze lopen immers niet weg van die ‘geplaagde en gebroken mensen’, integendeel: ze durven hen te benaderen, hen echt te ontmoeten en hen nabij te blijven. Zo zetten ze zich duidelijk af tegen de religieuze leiders van die tijd die verlamden, kreupelen, blinden en stommen discrimineerden en meden, omdat zij hen als onreine tweederangsburgers beschouwden.

En zo gebeurt het dat uit de vele ‘leerlingen’ die Jezus volgden, Hij er 12 uitkoos om ‘apostel’ te worden. Wat is het verschil? Een leerling is iemand die de Meester volgt om te leren, een apostel is iemand die daarenboven ook nog gezonden wordt, met een opdracht, maar wel leerling blijvend. Die 12 worden op pad gestuurd om ‘herder’ te zijn zoals Hij: goed doen voor anderen én de Blijde Boodschap verkondigen. En regelmatig komen ze terug bij Hem om te leren uit hun ervaringen en de nodige kracht te ontvangen om opnieuw op pad te kunnen. In de eerste lezing vinden we een goede omschrijving van wat het betekent om tegelijk leerling en apostel te zijn, om gedragen te worden zodat men zelf op pad kan gaan om anderen te dragen. Het joodse volk was pas bevrijd uit de slavernij van Egypte en in de woestijn aangekomen, waar hun 40 jaar lange tocht naar het beloofde land zou beginnen. En dan zegt Jahwe tot Mozes: “Weet je nog hoe Ik u op arendsvleugels heb gedragen en hier bij Mij gebracht heb.” Dit prachtige beeld werd nog verder uitgewerkt in een ander Bijbels boek, nl. Deuteronomium. Daarin staat: “Gij die mij droeg op adelaarsvleugels, die mij hebt geworpen in de ruimte; en als ik krijsend viel, hebt Gij mij opgevangen met uw vleugels en weer opgegooid totdat ik kon vliegen op eigen kracht.” Een apostel is dus iemand die zich door God gedragen weet om uiteindelijk, op eigen benen, welzijn te brengen onder de mensen, die zowel zich ten diepste laat ontroeren door wat hij/zij ziet gebeuren, als koppig volhoudt tegen de gang van zaken in.

En zo schenken ze aan hen die verblind zijn geraakt weer perspectief, aan hen die verdoofd zijn geraakt de mogelijkheid om de bevrijdende boodschap van hoop weer te horen, aan hen die als verlamd aan de grond genageld staan de kracht om weer op te staan en hun leven in handen te nemen.

“Voor niets hebben jullie gekregen, voor niets moet je geven,” zegt Jezus tenslotte. Om het goede te brengen is er maar één methode: gratuite dienstbaarheid. D.w.z.: dienen zonder er iets te willen voor terugkrijgen, maar ook niet omdat we daartoe verplicht zouden zijn. Het is een natuurlijke kracht voelen dat in ons leeft en die we in drie stappen tot werkelijkheid kunnen brengen, nl.: zien, bewogen worden en in beweging komen.

En zo wordt men zelf bezielde herders en nodigt men anderen uit om op dezelfde manier de liefde Gods uit te dragen. Ik denk dat onze vorige paus Franciscus dat bedoelde met zijn uitspraak: “Laten we op van onze kerk een veldhospitaal van barmhartigheid maken.”

Luc Motmans, pastoor

Bezinning

Daar gaan ze twee aan twee
uitgezonden naar onbekende omstandigheden ver van huis
overgeleverd aan de welwillendheid van mensen
uitgerust met Jezus’ vertrouwen in zichzelf. Daar gaan ze twee aan twee
geroepen voor hun zending in de wereld aangemoedigd door het uithoudingsvermogen mensen rondom hen beschermd door blijvende zorg voor elkaar. Daar gaan ze twee aan twee geplaatst in geloofstraditie van Jezus
vervuld van onwankelbare trouw aan God en, wetend wat hen te wachten staat, toch Zijn weg zijn gegaan. Daar gaan ze twee aan twee herder zijnde voor hen die eenzaam ronddolen rustplaats voor hen die afgetobd neervallen een warme thuis voor wie geen dak meer boven het hoofd heeft. De weg die zij gaan, twee aan twee, willen wij tot onze weg maken.