18 en 19 mei 2024 Hoogfeest van Pinksteren in het B-jaar

Aanhef

Wind – die waait
verwaait
mijn angst
donkere peinzen

regen – druppels
vallen neer
wassen schoon
geven uitzicht
op

vurige vrede
die kracht geeft
om in tegenwind
over water
te lopen
in zicht
van de Eeuwige

Inleiding

Als je onder de invloed van iemand staat, dan word je geleidelijk helemaal door hem of haar in beslag genomen. Je oriëntatie verschuift van jezelf naar deze ander, waardoor ook je gedrag en je ideeën meer en meer samenvallen. Zo worden de leerlingen en Maria op Pinksteren vervuld van Gods geest. Maar wat helpt dat? God schenkt zijn geest om in mensen te wonen, om ons van binnenuit te laten groeien in liefde en kracht.

Gebed om ontferming

Nu de dag van Pinksteren is aangebroken en wij alleen bijeen zijn op deze plaats, is het een feest om te horen dat Gods liefde overvloedig op ons zal neerdalen en ons hart zal vervullen – zoals ooit de leerlingen is overkomen. Soms zijn we verstokt van hart, keren we ons af van Gods liefde en bewegen we niet mee met de Geest. Openen we ons nu voor de kracht van de heilige Geest, die ons vandaag opnieuw geschonken wordt.

Homilie

Mijn bomma was een kleine vrouw. Ze zei vroeger tegen mij: “Sandra, je bent groot, maar je moet toch altijd rechtop lopen. Het is niet goed dat je je schouders laat hangen.” Toen ze dat tegen mij begon te zeggen, zat ik in het middelbaar. Ik was, op 1 jongen na, de grootste van de klas. Al mijn vriendinnen waren kleiner en dat zorgde er inderdaad voor dat ik me ook kleiner ging maken als ik bij hen stond. Maar als ik bij mijn bomma was, herinnerde ze me er aan dat ik me groot mocht maken. Na een tijdje hoefde ze me er niet meer aan te herinneren, want dan ging ik automatisch rechter staan als ik haar zag en ik toonde haar fier hoeveel groter ik al was dan haar. Ondertussen is mijn bomma helaas overleden, maar daardoor is de motivatie om rechtop te lopen alleen maar groter geworden.

Voor mij is mijn bomma een beetje mijn Pinksteren. Niet in de zin dat ze met veel lawaai en vuurwerk de kamer komt binnenwaaien, maar als ik me probeer in te beelden hoe Pinksteren geweest zou zijn voor de apostelen, dan moet ik aan mijn bomma denken.

Alle apostelen waren op Pinksteren samengekomen, terwijl in Jeruzalem van overal volk bijeenkwam om de Joodse versie van Pinksteren te vieren: het Wekenfeest. Elk van die apostelen was bang en verdrietig, want ze waren een vriend verloren, iemand die ze als hun broer zijn gaan zien, iemand die een meester was en hen leerde wat belangrijk was in het leven. Ze hebben eigenlijk al iets wonderlijks mogen meemaken, want zelfs na zijn dood hebben ze nog een tijd met hem samen mogen doorbrengen. Tot Hemelvaart, want sindsdien waren ze weer alleen.

Toen mijn bomma stierf, was er niemand anders naast wie ik trots rechtop moest gaan staan. Maar na een tijdje had ik ook niemand meer nodig van wie dat moest en was de herinnering aan haar sterk genoeg om er ook zonder haar aan te denken. En op dezelfde manier was er een moment waarop de vrienden van Jezus hetzelfde beseft hebben. Jezus was dan wel niet meer bij hen, maar zijn herinnering, zijn ziel die hij met hen gedeeld had, die konden ze nog wel steeds voelen. We zeggen nu ook soms dat we iets doen ‘in iemands geest’, waarmee we bedoelen dat we iets doen zoals die andere het bedoeld zou hebben.

En Pinksteren vertelt over het moment dat de apostelen in de geest van Jezus beginnen handelen. Wat een moment moet dat geweest zijn als ze bij elkaar begonnen te merken dat dat kon. Dat verdriet plaats kon maken voor hoop, dat stilte plaats kon maken voor een vuur in alles wat ze zeiden. Ze hadden misschien gedacht dat ze nooit nog rechtop zouden lopen, maar dan was er die Geest.

Mijn bomma deed me niet rechtop lopen om dat ze zich zorgen maakte over mogelijke rugproblemen later, hoewel ze dat vaak als argument gebruikte. Ik merk nu dat, door rechtop te staan, ik mezelf liever ga zien, ik zelfverzekerder word, ik meer durf en dat ik trotser ben op wat ik doe. En dat zijn alleen nog maar de vruchten die ik pluk door in de geest van mijn bomma te handelen. Beeld je dan eens in wat het met je kan doen als je in de Geest van Jezus leeft. Paulus heeft het erover in de tweede lezing. De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. En hij zegt er nog bij: “Met zulke dingen heeft geen wet iets te maken.” Straffe uitspraak, als je weet dat tijdens het Joodse Pinksteren gevierd werd dat ze de 10 geboden van God gekregen hebben. Maar als je leeft in de Geest, heb je die wetten niet nodig, dan komt het vanzelf. Dan doe je goed omdat dat logisch is, niet omdat een wet zegt dat het moet.

Wij gaan waarschijnlijk nooit letterlijk meemaken wat in het verhaal van Pinksteren beschreven staat, met die druisende wind en vurige tongen. Maar we mogen wel geloven dat die Geest die daar is komen binnenwaaien en bij elk van de apostelen een vurig enthousiasme heeft aangewakkerd, dat wij die Geest ook kunnen voelen. Door ons doopsel hebben we de gaven van de Geest gekregen: alles wat we nodig hebben om te doen zoals Jezus. Met ons vormsel kregen we opnieuw de belofte dat de Geest van Jezus ons zal helpen om gelukkig te worden. Al wat wij moeten doen, is leven in die Geest en er de vruchten van plukken. En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar eigenlijk toch ook niet zo heel moeilijk. Het begint bij kleine dingetjes, zoals rechtop gaan staan en naar buiten gaan.

Sandra Cools, parochie-assistent

Bezinning

Opgesloten, angst
en dan dwars
door deuren en muren
-niet te stuiten-
ondanks de opgelopen wonden leven
ondanks geweld en dood:
vrede.

Bevrijd van angst
uitbreken
en over grenzen
van taal en afkomst
-niet te stuiten-
elkaar toespreken en verstaan;
samenleven. 

Gedreven
door de geest van
liefde, vreugde en vrede,
geduld, vriendelijkheid en goedheid,
geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing…
Vrij!